| Hoorn |
|
De hoornist laat in het mondstuk haar lippen trillen, waardoor het hoorngeluid ontstaat. Dat kan op verschillende manieren klinken: Hoog? Laag? Stevig, hard? Of fluweelzacht?Ze kan korte klanken (staccato) ? Of lange tonen (legato)?Gedempt met een demper in de beker. Door haar hand in de beker te bewegen kan ze tonen buigen.Van hard?. Naar zacht? (crescendo). Geschiedenis In 1660 deed in Frankrijk de trompet zijn intrede. De buis van dit instrument had 25 winding en heeft tot op de dag van vandaag de naam ‘Franse hoorn’ behouden. Toch waren Duitse instrumentbouwers verantwoordelijk voor de perfectionering van de hoorn. In 1818 gaven Stölzel en Bluhmel het instrument ventielen, waardoor de stembeugels niet meer verwisseld hoefden te worden. In 1853 verschenen de eerste draaiventielen, die tot de standaarduitrusting van de moderne hoorn gingen behoren. De normale F-hoorn heeft drie speelventielen, op de zogenaamde ‘dubbelhoorn’ (in F/Bes) zit ook nog een F/Bes-ventiel. De hoorns zorgen voor een belangrijke, volle middenstem in het orkest. Ze mengen goed met de klank van andere instrumenten en zijn geschikt voor melodieën, harmonieën en solo’s. Mozart, Beethoven, Mahier, Richard Strauss en Wagner zijn bekende componisten die in hun werk een belangrijke rol voor de hoorn weglegden. Beroemde hoornisten zijn Barry Tuckwell, Radovan Vlatkovic en Jacob Slagter. |