Piano



De uitvinder van de piano is de Italiaan Bartolommeo Cristofori. Hij was rond het jaar 1700 aan het experimenteren met het klavecimbel. Zijn doel was een klavierinstrument te krijgen dat meer op de aanraking van de speler reageerde. Het instrument dat hij kreeg noemde hij "gravicembalo col piano e forte" (klavecimbel met zacht en hard) oftewel pianoforte oftewel piano. De klank van de piano was vriendelijker dan dat van een klavecimbel.

In de jaren daarna ontstonden piano's in verschillende vormen: vierkant en in de vorm van een vleugel. Om ruimte te besparen bij de vleugelpiano's werden deze ook wel rechtop gebouwd, dus de snaren omhoog i.p.v. horizontaal. De moderne piano heeft een groot toonbereik. Alleen het toonbereik van het orgel is nog groter.

De snaren zijn niet allemaal hetzelfde.De basnoten hebben één enkele dikke snaar, de noten in het midden hebben twee iets fijnere snaren, en de hoogste noten drie nog fijnere snaren. De snaren zijn gemaakt van staal. Om de bassnaren zit koperdraad om de klank beter te krijgen. Bij de piano worden de snaren aangeslagen door hamers, i.p.v. getokkeld door een pen, zoals bij het klavecimbel.

De piano heeft twee pedalen. Het linker pedaal is om het geluid iets zachter te krijgen. Normaal gesproken worden de snaren in het midden aangeslagen. Als het pedaal ingedrukt wordt verschuiven de hamers iets naar rechts, zodat ze de snaren minder raken. Dat geeft een zachtere toon. Het rechterpedaal zorgt voor een demperwerking. Dempers worden gebruikt om de trillende snaren tot stilstand te brengen en zo het geluid te stoppen. Dat gebeurt zodra de vinger de toets loslaat. Door het rechterpedaal in te drukken worden de snaren niet gedempt als de toets losgelaten wordt, totdat de voet weer wordt opgelicht.

 
, Powered by Joomla!; free resources by SG website hosting